Menu

De verschillende onderdelen van de toolbox

15 minuten leestijd

De Gouden Weken als basis voor actief burgerschap

De Gouden Weken als basis voor actief burgerschap
Kenniscentrum
Hoe je in zes weken de basis legt voor een veilige, inclusieve en hechte klas Je leest:
  • Hoe je de Gouden Weken bewust inzet om de kernwaarden van wereldburgerschap – gelijkwaardigheid, verbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid – te versterken.
  • Waarom groepsafspraken, reflectiemomenten en gezamenlijke projecten leerlingen helpen groeien tot actieve wereldburgers.
  • Inspirerende werkvormen, materialen en voorbeelden waarmee je burgerschapsvorming direct verweeft in je dagelijkse praktijk.

Waarom deze weken zo cruciaal zijn om de basis te leggen voor burgerschapsvorming

De eerste weken van het schooljaar bepalen niet alleen hoe leerlingen zich voelen in de klas, maar ook hoe zij met elkaar omgaan, verschillen waarderen en verantwoordelijkheid nemen. Juist in deze periode leg je de basis voor wereldburgerschap: een veilige en inclusieve groepscultuur waarin iedereen gezien wordt, maakt het mogelijk om te oefenen met samenwerken, respectvol in gesprek te gaan en oog te hebben voor elkaars perspectieven. Wat je in deze weken zaait, groeit door in de rest van het schooljaar – in hoe leerlingen samenleven, keuzes maken, bijdragen aan de groep én de wereld om hen heen, en zich stap voor stap ontwikkelen tot wereldburgers.

Van oorsprong wordt groepsvorming vaak benaderd vanuit het model van Bruce Tuckman: forming, storming, norming, performing. Elke fase beschrijft hoe groepsrelaties zich ontwikkelen. Toch groeit de overtuiging dat een meer actiegerichte en preventieve aanpak van groepsvorming effectiever is in het onderwijs:

In plaats van wachten op conflicten (storming) om die vervolgens te begeleiden, kun je vanaf de eerste dag expliciet werken aan gewenst gedrag, duidelijke afspraken en gezamenlijke normen. Zo voorkom je problemen, in plaats van ze pas aan te pakken zodra ze zich voordoen.

Wat deze benadering toevoegt:

  • Minder reactief, meer proactief handelen
  • Preventie van pestgedrag en uitsluiting door meteen kaders te stellen
  • Gewenst gedrag stimuleren
  • Duidelijker rolmodel voor leerlingen als het gaat om communicatie en verwachtingen
  • Een positieve, inclusieve sfeer creëren,
  • De leerprestaties verbeteren door sociale veiligheid.

Een veilige klas ontstaat niet vanzelf, die bouw je samen. In dit artikel vind je handvatten, werkvormen en projecten die je helpen om een stevig fundament neer te zetten voor het hele jaar.

De vier fases van groepsvorming in de klas

1. Forming – We leren elkaar kennen

In deze fase kijken leerlingen nog de kat uit de boom: ze verkennen de groep en zoeken hun plek. Van buiten oogt het rustig, maar onderhuids gebeurt er veel. Het groepsgevoel moet nog groeien. Juist nu heb je als leerkracht veel invloed: door een open en veilige sfeer neer te zetten, maak je de weg vrij voor leerlingen om nieuwsgierig te zijn naar elkaar, verschillen te waarderen en de eerste stapjes te zetten richting burgerschap in de klas.

Wat helpt:

  • Kennismakingsspellen die verschillen zichtbaar en bespreekbaar maken.
  • Gebruik energizers en coöperatieve werkvormen om leerlingen te activeren
  • Het goede voorbeeld geven in communicatie en omgang.
  • Samen afspraken opstellen voor een fijne klas.
  • Besteed bewust aandacht aan oogcontact en non-verbale signalen

Extra zorg voor kinderen die zich niet gezien voelen:

  • Maak actief (oog)contact en handel onderzoekend
  • Accepteer hun tempo en daag uit in kleine stapjes
  • Zoek eventueel een maatje

2. Norming – Normeren & groepsafspraken

In deze fase worden de sociale spelregels zichtbaar gevormd: wat hoort wel en wat niet? Leerlingen zoeken hun plek en proberen invloed uit te oefenen, de één luid en aanwezig, de ander juist terughoudend. De groepsdynamiek verandert zichtbaar. Dit biedt een kans om te oefenen met luisteren naar elkaar, omgaan met verschillen en respectvol grenzen aftasten. Het is nu belangrijk om bewust te sturen op groepsafspraken en reflectiemomenten die de verbondenheid versterken. Zo leg je de basis voor burgerschapsvaardigheden als dialoog, verantwoordelijkheid en inclusie.

Wat helpt:

  • Stel samen afspraken op en maak ze zichtbaar in de klas
  • Gebruik werkvormen waarin leerlingen leren luisteren, beslissen en samenwerken
  • Geef veel positieve feedback en wees het voorbeeld

Let op signalen van invloed (te veel of te weinig):

  • Benader positief en geef gericht complimenten
  • Betrek het kind actief en benoem het gewenste gedrag
  • Corrigeer met respect, individueel en zonder beschaming

3. Storming – Spanningen en groepsrollen zichtbaar

Het moment waarop de stormingsfase ontstaat, verschilt per groep. Het hangt af van hoe de eerdere fases zijn verlopen. Leerkrachten kunnen sterk verschillende indrukken hebben van dezelfde klas: de een noemt het een gezellige groep, de ander ervaart juist chaos. Deze verschillen kunnen erop wijzen dat de groepsverhoudingen nog niet zijn uitgekristalliseerd. Als er meer overeenstemming is over het groepsklimaat, is de kans groot dat de groep daadwerkelijk in deze fase is beland.

In deze fase moeten de omgangsregels duidelijk zijn: hoe gaan we met elkaar om, wat is gewenst gedrag? De leerkracht blijft hierin een belangrijke gids en geeft iedere leerling evenveel aandacht. Denk aan een bemoedigend knikje, een dikke duim of iets nieuws dat je bij een leerling hebt opgemerkt,  niemand is hier anoniem. Nu is het moment om omgangsregels bewust te verbinden aan burgerschapsvaardigheden. Met behulp van reflectiemomenten en oefeningen die steeds een laagje dieper gaan, leren leerlingen verantwoordelijkheid nemen, elkaars perspectieven zien en bouwen ze samen aan een inclusieve groepscultuur.

Wat helpt:

  • Herinner aan de eerder gemaakte afspraken: “Wat spraken we af?”
  • Laat leerlingen zelf conflicten oplossen (met begeleiding)
  • Gebruik coöperatieve spellen en laat ze reflecteren op hun rol in de groep

Als leerlingen te veel of te weinig invloed willen hebben:

  • Maak oogcontact; soms is dat al voldoende correctie
  • Noem de naam van het kind: zodat jij zijn inzet erkent. Benoem het gewenste gedrag.
  • Betrek het kind actief en benut zijn kracht
  • Corrigeer individueel en niet ten overstaan van de hele groep (werkt statusverlagend).
  • Laat het kind medeverantwoordelijk zijn bij conflicten en stimuleer om het kind het conflict zelf te laten oplossen
  • Straf kort en passend, benoem gedrag en bied een alternatief aan
  • Gebruik altijd de ‘ik-boodschap’*
  • Geef kleine correcties via oogcontact of naam noemen
  • Corrigeer kort en gericht, koppel altijd aan alternatief gewenst gedrag

4. Performing – Verantwoordelijkheid & verdieping

Aan het einde van de groepsvormende fases is er een basis gelegd: de meeste leerlingen voelen zich veilig en verbonden met de klas. In deze fase wordt zichtbaar hoe de groep functioneert: wie neemt verantwoordelijkheid, hoe wordt samengewerkt en hoe wordt er omgegaan met verschillen? De groepsnormen zijn in deze fase meestal duidelijk en er ontstaat ruimte voor verdieping, initiatief en zelfstandigheid.

Er ontstaan duidelijke rollen in de groep. Soms nemen dominante leerlingen de leiding — dit hoeft niet negatief te zijn, zolang er respect blijft voor anderen en de groepsafspraken worden nageleefd. Zorg dat je als leerkracht actief zichtbaar blijft: blijf waarderen, begeleiden en structureren. Dit is hét moment om wereldburgerschap te versterken: leerlingen oefenen met leiderschap, leren rekening houden met de belangen van de hele groep en ervaren dat luisteren net zo waardevol is als je eigen stem laten horen. Zo groeit de klas in drie kernwaarden: gelijkwaardigheid, verbondenheid en gedeelde verantwoordelijkheid, de fundamenten van WereldBurgerschap. Daarmee wordt wereldburgerschap geen los elementje, maar iets dat in de hele groep gaat leven. Juist daarom is het belangrijk om hier nu bewust ruimte voor te maken.

Wat helpt:

  • Leerlingen zelf activiteiten of projecten laten opzetten.
    Meer verantwoordelijkheid geven in taken.
  • Klasgesprekken over actuele of maatschappelijke thema’s voeren.
  • Geef ruimte voor klasgesprekken waarin iedereen zich uit kan spreken
  • Zet groepsvormende activiteiten in met nadruk op samenwerking en het collectieve belang

De Gouden Weken: fundament voor wereldburgerschap

De Gouden Weken vormen het fundament waarop je de rest van het jaar bouwt. Door bewust in te zetten op groepsvorming en sociaal leren geef je leerlingen niet alleen een fijne start, maar ook de tools om zich gehoord, betrokken en verantwoordelijk te voelen. Daarmee leg je de eerste bouwstenen voor hun ontwikkeling tot actieve, bewuste wereldburgers.

Contact

Stichting Fawaka Onderwijs

Tolhuisweg 1

1031 CL Amsterdam

toolbox@fawaka.world

Met veel dank aan
Met veel dank aan

We gebruiken cookies

We gebruiken functionele cookies voor een fijne gebruikerservaring. Met het gebruik van deze website ga je akkoord met onze privacyverklaring.